Gaat over productiesystemen en de interactie van de plant met de bodem.

Dit Building Block bestaat uit vijf deelprojecten met een looptijd van 4 jaar (2019-2022).

 

Samenvatting BB 1.1

De chemische communicatie tussen de aardappelplant en cyste-nematoden als basis voor duurzame verbetering van de aardappelopbrengst

De aardappel is een belangrijk voedings- en industrieel gewas. De aardappelteelt staat onder constante druk door pathogenen zoals de aardappel cyste-nematoden G. pallida en G. rostochiensis. Hierdoor wordt alleen al in Europa een teeltverlies geleden met een omvang van 460 miljoen EUR . G. pallida en G. rostochiensis zijn afhankelijk van hun gastheer, en leven in en van de wortels van de aardappel Dit veroorzaakt groeivertraging, wortelschade en vroege veroudering van planten. In het verleden werden grote hoeveelheden bestrijdingsmiddelen gebruikt om aardappel te beschermen tegen deze nematoden. Veel van de gebruikte bestrijdingsmiddelen zijn inmiddels verboden. Daarom is er grote behoefte aan alternatieve, duurzame, bestrijdingsmethoden op basis van natuurlijke plantresistentie. In dit project wordt de chemische communicatie tussen aardappel en de cyte-nematoden G. pallida en G. rostochiensis bestudeerd. De ontwikkelde kennis zal perspectief opleveren voor de duurzame nematoden bestrijding in de aardappelteelt Europa.

Stand van zaken BB 1.1 per 010120

Samenvatting BB 1.2

Stressbestendigheid van aardappelplanten

In dit project wordt de rol van stress bij wortelontwikkeling en wortelplasticiteit bij aardappelgroei onderzocht. Hierbij wordt met name aandacht geschonken aan de bijdrage van het wortelsysteem van de aardappel om de opbrengst onder verschillende condities constant te houden. Condities als zoutgehalte van de bodem en een lage stikstofbeschikbaarheid zijn hierbij belangrijke experimentele factoren.  Door natuurlijke variatie in de aardappel te screenen onder deze omstandigheden zal de genetica ontrafeld worden die ten grondslag ligt aan robuuste wortelgroei. Deze kennis wordt gebruikt om het veredelen van stress-tolerante aardappelrassen beter mogelijk te maken.

Stand van zaken BB 1.2 per 010120

Samenvatting BB 1.3

Markers en modellen voor opbrengst in aardappel

Planten leggen koolstof uit de lucht vast in hun bladeren. Door zonlicht, lucht, water en bodemvoeding te gebruiken, kunnen planten alle verbindingen, zoals suikers, maken die nodig zijn voor hun groei en ontwikkeling. Deze verbindingen moeten door de hele plant worden getransporteerd worden. In dit project wordt het systeem van moleculaire “kranen” en “kleppen” in het transportsysteem van aardappelplanten onderzocht, het transport van en naar de knol is hierbij uitgangspunt. Eerder onderzoek heeft tot de identificatie geleid van een aantal sleuteleiwitten die fungeren als signaalmolecuul voor transport van suiker binnen de plant. In dit project wordt deze kennis gebruikt om aardappelveredeling mogelijk te maken op basis van efficiënt koolstoftransport en een positief effect op opbrengststabiliteit en stresstolerantie. Om dit te bereiken zullen alle varianten van betrokken moleculen in de aardappel identificeert en onderzocht worden. Daarnaast wordt de opgedane kennis ingezet om een wiskundig model te ontwikkelen voor het transport van suiker in de aardappel.

Stand van zaken BB 1.3 per 010120

Samenvating BB 1.4

Onderzoek naar een optimale duurzame aardappelproductie

Het doel van het project is het analyseren van mogelijke- en werkelijke op veld- en bedrijfsniveau in de aardappelteelt in Nederland. Resultaten worden opgeslagen en geïntegreerd in een beslissingsondersteunend systeem dat aardappelopbrengsten vergelijkt en inzicht geeft in de oorzaken van verschillen in opbrengst op veldniveau. Hierbij wordt rekening gehouden met specifieke omstandigheden op bedrijven. In het project zijn drie onderzoekslijnen te onderscheiden: 1) verbetering van groeimodellen om de opbrengst en kwaliteit van aardappelen te beoordelen, 2) veld- en bedrijfsmonitoring en -analyse van de werkelijke opbrengst, kwaliteit, efficiënt gebruik van hulpbronnen en milieueffecten, 3) ontwikkeling van een beslissingsondersteunend systeem. Veldexperimenten en aardappeloogstonderzoek op de boerderij maken deel uit van het onderzoek, voor het vaststellen en valideren van gewasmodellen én om de agronomische factoren die de opbrengst beïnvloeden te onderzoeken. Met het beslissingsondersteunend systeem kunnen boeren de prestaties van hun velden vergelijken. De resultaten van het project dragen bij aan verhoging van opbrengst, kwaliteit en stabiliteit van de aardappelproductie en aan het behalen van de Sustainable Development Goals in Nederland.

Stand van zaken BB 1.4 per 010120

Samenvatting BB 1.5

Over de vitaliteit van pootaardappelen

De fysiologische kwaliteit van pootaardappelknollen is cruciaal voor de opbrengst en kwaliteit van het gewas in het volgende teeltseizoen. Het gaat hier vooral om kiemrust en fysiologische leeftijd die beïnvloed worden door omstandigheden tijdens: i. de knolgroei, ii. de fase tussen loofdoding en opslag, iii. opslag en iv. de fase tussen opslag en poten. Recente problemen met gewasrotatie duiden erop dat de huidige kennis over kiemrust en fysiologische leeftijd, en de interacties tussen deze factoren, onvoldoende is. Met behulp van metabolomics technologie wordt gezocht naar parameters om een model op te stellen en dit te valideren dat de fysiologische leeftijd van pootgoed betrouwbaar beoordeelt en de ontwikkeling hiervan voorspelt. Daarnaast wordt een voorspellend model opgesteld van de fysiologische leeftijd van knollen op de opbrengst en kwaliteit van het gewas dat uit dat pootgoed wordt geteeld. Eén en ander zal leiden tot verbeterde protocollen en beslissingsondersteunende systemen voor aardappel pootgoed productie, opslag en beheer. Hiervoor zijn moderne cultivars, de omstandigheden in de periode tussen loofdoding en opslag van pootgoed, de interactie tussen verschillende opslagomstandigheden én de verschillende afzetmogelijkheden uitgangspunt voor onderzoek en analyse in dit project.

Stand van zaken BB 1.5 per 010120